Het Goddelijke in de Sadhana

Thumbnail

Onlangs was ik de Bhagavad Gita aan het lezen. De Gita gaat helemaal over verschillende vormen van yoga, de aard van de ziel en de eeuwige relatie met God. Er zijn richtlijnen voor de stappen in de relatie en op de spirituele reis. Ik vond een stuk in de Bhagavad Gita waar Krishna over Zichzelf spreekt, waar Hij zegt dat maar heel weinig mensen Hem werkelijk kennen. (B.G. HFST7V3) Ze zien de buitenkant, het fysieke, maar ze kunnen niet verder kijken. Krishna vertelt verder Zijn oude vriend en nu discipel Arjuna over Zijn spirituele aard en alomtegenwoordigheid (B.G. HFST7V5). Na deze verzen spreekt Hij over OM en dat Hij OM is. Hij zegt dat Hij het licht is, en de hitte in vuur, de smaak van water en ga zo maar door. In dit deel legt Krishna door middel van een metafoor, maar ook in de hogere werkelijkheid uit, dat Hij de essentie van alles is. En dat is wat Om Namo Narayanaya betekent. Het is een mantra die ons helpt om aan deze fysieke wereld voorbij te gaan en ons hart te openen voor deze intieme verwerkelijking van God in alles. Alles is in Hem en Hij is in alles. Krishna geeft Zijn vriend manieren om dieper te zoeken naar Zijn essentie, deze diepe verbinding en het besef dat God alles is.

Krishna helpt Arjuna verder op weg om zich hiermee te verbinden, door hem meer voorbeelden te geven van waar Zijn Goddelijkheid in ligt. In dit deel vond ik een werkelijk verbazingwekkend en relevant vers over sadhana.

     In hoofdstuk 7, vers 9 zegt Krishna dat "[Hij] de ascetische kracht is van hen die ascese doen."

     Wat hier gezegd wordt, is dat voor hen die spiritualiteit beoefenen, sadhana beoefenen, God de kracht van die beoefening is. Hij is de werkende kracht achter sadhana en Hij is de eerste vonk en drijfveer van de spirituele zoektocht. Krishna zegt dat Hij sadhana is. Dit is het Goddelijke Zelf. Vanaf dit punt in de Gita introduceert Hij het onderwerp ‘bhakti’, dat het in kennis verbonden zijn met Hem, het werkelijk kennen van God het doel is, en dat dit strevenswaardig is. Krishna zegt verder: "Van diegenen is de kenner, die in constante vereniging met het Goddelijke is, wiens bhakti volledig op Hem is geconcentreerd, de beste: hij houdt volmaakt van Mij en is Mijn geliefde". (B.G. HFST7V17)

     Zoals we weten doordringt Atma Kriya Yoga onze spirituele technieken met bhakti. De spirituele wetenschappen zijn door de Shaktipat-initiatie met Genade en Liefde verenigd. Door AKY te beoefenen, beoefenen we zo bhakti. Daarom zeggen we dat de weg en de bestemming hetzelfde zijn. Als we in staat zijn om onszelf met sadhana te verbinden en die te verdiepen, verbinden we ons op een directe manier met het Goddelijke. Zoals Krishna hier zegt, weet je misschien niet dat deze ‘sadhana’  God is, maar Hij verzekert ons dat dit het geval is, omdat een beoefening met die Genade niet verschilt van Hem. Daarom zouden we, terwijl we oefenen, moeten proberen zo'n relatie met die oefeningen op te bouwen alsof Hij het Zelf is, omdat Hij het is. Deze relatie moet gekoesterd en gerespecteerd worden en - net zoals aan elke andere relatie - moet eraan gewerkt worden. De relatie tussen het Atma en Paramatma is echter onbegrensd, omdat die voorbij gaat aan de fysieke realiteit waar ons verstand deel van uitmaakt, en we zouden onze beperkingen niet moeten opleggen aan de beoefening.

     Terwijl ik dit typ, herinner ik me dat iemand mij zei wat Paramahamsa Vishwananda hem over het beoefenen van Atma Kriya Yoga vertelde. Ze zaten te praten en deze yogi vertelde Paramahamsa Vishwananda dat hij zo vaak fouten maakt in de beoefening en de technieken - en dat hij er niets aan kan doen. Paramahamsa Vishwananda stelde hem gerust en ik herinner mij dat Guruji iets gezegd zou hebben in de trant van: "Dat is oké, dat is oké, maar doe je je best? Voel je die gelukzaligheid vanbinnen? Voel je het? Verbind je je ermee en houd je dat vast?" En de yogi zei: "Ja". Paramahamsa Vishwananda vertelde hem ook dat deze verbinding met die gelukzaligheid en de goddelijkheid die in de oefeningen besloten liggen, werkelijk belangrijk is. Want hierin is die relatie aanwezig. Bij het delen van deze ervaring vertelde die persoon me dat Paramahamsa Vishwananda duidelijk benadrukte, dat hoewel het beoefenen van de technieken zo correct mogelijk gedaan moet worden en het belangrijk is je best te doen, de relatie en de liefde en de gelukzaligheid die groeien, veel belangrijker zijn. 

    De uitspraken van Krishna en van Paramahamsa Vishwananda versterken dit begrip en de uitspraak dat de ascetische kracht, de sadhana zelf - zelfs het verlangen om op een spiritueel pad te zijn - God Zelf binnenin je is. We moeten ons hier meer en meer bewust van worden en onze beoefening verdiepen met de intentie om Hem in alles te vinden. Onze bhakti kan groeien, naarmate we ons meer van Hem bewust worden. We kunnen meer voor Hem leven en alles doen als een dienst en een groeien van Liefde, in relatie met het Goddelijke.


Blog »